Wat is stotteren?

Stotteren is een spraakstoornis die zowel kinderen als volwassenen kan treffen. Het kan variëren van milde onderbrekingen in de spraak tot meer ernstige vormen, waarbij communicatie soms een uitdaging wordt.

Iedereen is tijdens het spreken weleens onvloeiend. Denk aan een ‘euh’, een woord dat je herhaalt, of een korte pauze om je gedachten te ordenen. Het zijn normale onvloeiendheden die bij iedereen voorkomen en die een belangrijke functie hebben tijdens het spreken: ze geven ons de kans toch onze zin gezegd te krijgen zonder dat we onderbroken worden. Hierdoor krijgen wij een gevoel van controle, we hebben niet het gevoel dat we de controle over ons spreken verliezen.

Bij stotteren gaat het verder dan normale onvloeiendheden. Het spreken wordt onderbroken op een manier die controleverlies geeft. Dit kan zich uiten als:

  • Het herhalen van klanken, lettergrepen of woorden.
  • Het verlengen van een klank.
  • Blokkeren, helemaal vastzitten op een klank.
  • Negatieve gedachten en gevoelens krijgen m.b.t. het spreken.
  • Vecht-, start-, uitstel- of vermijdingsgedrag vertonen.

Stotteren kan wisselen: sommige dagen gaat het beter dan andere. Ook speelt de situatie een rol: spanningsvolle momenten, zoals een presentatie of een belangrijk gesprek, kunnen stotteren verergeren. In ontspannen situaties is het vaak minder aanwezig.

Stotteren bij kinderen

Stotteren ontstaat meestal op jonge leeftijd, vaak tussen 2 en 6 jaar. Tijdens deze periode maken kinderen een sterke taalontwikkeling door. Het leren spreken verloopt niet bij elk kind even vlot. Sommige kinderen beginnen te stotteren en herhalen klanken, lettergrepen of woorden, blijven hangen op een klank of ervaren blokkades tijdens het spreken.

Stotteren is meer dan af en toe struikelen over woorden. Het gaat om een stoornis in de spreekvloeiendheid waarbij het spreken niet altijd verloopt zoals het kind het wil. Sommige kinderen lijken zich hier weinig van aan te trekken, terwijl anderen al op jonge leeftijd frustratie, spanning of vermijdingsgedrag ontwikkelen.

Stotteren ontstaat niet door zenuwachtigheid, een verkeerde opvoeding of onvoldoende zelfvertrouwen. Onderzoek toont aan dat er verschillende factoren meespelen, waaronder erfelijkheid en verschillen in de verwerking van spraak en taal in de hersenen.

Een logopedist met expertise in vloeiendheidsstoornissen kan beoordelen of begeleiding aangewezen is. De therapie richt zich niet alleen op het spreken zelf, maar ook op het verminderen van spanning en spreekdruk, het versterken van communicatief zelfvertrouwen en het ondersteunen van ouders in de dagelijkse communicatie.

Vroege begeleiding is belangrijk. Hoe sneller stotteren herkend en opgevolgd wordt, hoe groter de kans dat problemen op lange termijn beperkt blijven. Het doel is niet alleen vlotter spreken, maar vooral ontspannen communiceren en met vertrouwen deelnemen aan gesprekken.

Stotteren bij volwassenen

Volwassenen die stotteren hebben vaak al een lange geschiedenis achter de rug. Sommigen stotteren sinds de kindertijd, anderen hebben in het verleden therapie gevolgd maar merken dat stotteren nog steeds invloed heeft op hun dagelijks leven.

Stotteren kan zich uiten als herhalingen van klanken, lettergrepen of woorden, verlengingen van klanken en blokkades waarbij het spreken tijdelijk vastloopt. Daarnaast ontwikkelen veel volwassenen strategieën om het stotteren te vermijden, zoals woorden vervangen, situaties ontwijken of minder deelnemen aan gesprekken.

De impact van stotteren verschilt van persoon tot persoon. Sommigen ervaren vooral hinder tijdens presentaties, vergaderingen of telefoongesprekken. Anderen voelen zich onzeker in sociale situaties of merken dat stotteren hun zelfvertrouwen beïnvloedt.

Een logopedist met expertise in vloeiendheidsstoornissen kan helpen om meer inzicht te krijgen in het eigen stotteren en nieuwe vaardigheden aan te leren. De therapie kan gericht zijn op het verminderen van spreekspanning, het verbeteren van de spreekvloeiendheid, het afbouwen van vermijdingsgedrag en het versterken van communicatief zelfvertrouwen.

Volledig verdwijnen van stotteren is niet altijd een realistisch doel. Wel kunnen volwassenen leren om met meer vrijheid, minder spanning en meer vertrouwen te communiceren. Het doel van de therapie is niet perfect spreken, maar zeggen wat je wilt zeggen, op de manier die bij jou past.

Wat is de oorzaak van stotteren?

De precieze oorzaak van stotteren is niet volledig bekend, maar wetenschappers denken dat het een combinatie is van genetische, neurologische en omgevingsfactoren. Erfelijke belasting kan meespelen, stotteren komt vaker voor in families. Daarnaast kunnen kleine verschillen in hoe de hersenen spraak en taal plannen en coördineren bijdragen aan het ontstaan van stotteren.

Stotteren begint meestal tussen de leeftijd van 2 en 5 jaar, een periode waarin de taalontwikkeling volop gaande is. Ook het temperament speelt mee in het ontstaan en de ontwikkeling van stotteren. Bij veel kinderen verdwijnt stotteren vanzelf, maar bij ongeveer 1,2% van de bevolking blijft het bestaan. Stotteren komt 3 tot 4 keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Van alle kleuters stottert ongeveer 3,2%. (Boey, Tijdschrift Logopedie, maart-april 2025)

Stotteren is meer dan alleen een spraakprobleem. Het kan leiden tot gevoelens van frustratie, angst of onzekerheid. Dit kan van invloed zijn op schoolprestaties, werk en sociale relaties. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de spraak, maar ook naar de emotionele en sociale aspecten van stotteren te kijken.

 

Wat leer je in de stottertherapie?

De behandeling van stotteren richt zich enerzijds op het aanleren en inoefenen van spreektechnieken, anderzijds op de cognitieve en emotionele hinder die personen die stotteren ervaren. De behandeling is holistisch, gedragstherapeutisch en afhankelijk van persoon tot persoon.

Mogelijke onderdelen van de therapie zijn:

  • Spreektechnieken: Het toepassen van technieken om vloeiender te spreken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zachte inzetten van woorden, slow motion, ontspannen onvloeiend spreken...
  • Cognitieve herstructurering: leren herkennen van niet helpende gedachten en deze ombouwen tot gedachten die je helpen wanneer je stottert.
  • Omgaan met spanning en emotieregulatie: Herkennen van spanning en emoties die het stotteren kunnen versterken en deze emoties leren hanteren.
  • Zelfvertrouwen opbouwen: Werken aan je zelfvertrouwen in situaties waarin je moet spreken.
  • Communicatieve en sociale vaardigheidstraining: Ontwikkelen van strategieën om gemakkelijker te communiceren.
  • Acceptatie en positieve mindset: Leren om naar je eigen spraak te kijken met een probleemoplossende mindset.

 

De precieze aanpak is afhankelijk van de behoeften en doelen van de persoon die stottert. Ik ben opgeleid in de cognitieve logopedische gedragstherapie voor stotteren (CIOOS) en maak gebruik van de programma's Kids en Minikids (Veerle Waelkens) en Restart (gebaseerd op het model van Starkweather), daarnaast maak ik gebruik van de opleiding die ik gevolgd heb rond emotieregulatie, neurodivergentie en executieve functies bij volwassenen en kinderen.