Wat is selectief mutisme?
Spreken lukt wél, maar niet overal.
Kinderen (en soms ook volwassenen) met selectief mutisme spreken in sommige situaties vlot, maar blokkeren volledig in een andere situatie. Vaak spreken ze thuis of bij vertrouwde personen spontaan, maar vallen ze stil op school, bij onbekenden of in sociale situaties waarin ze spanning ervaren. Het is geen onwil, maar een angstreactie waarbij het spreken vastloopt.
Selectief mutisme is een angststoornis waarbij iemand structureel niet spreekt in bepaalde situaties, ondanks voldoende taalvaardigheid. Meestal ontstaat het al op jonge leeftijd. Kinderen met selectief mutisme:
-
hebben vaak faalangst of sociale angst,
-
zijn meestal niet 'gewoon verlegen',
-
kunnen non-verbaal wél contact zoeken (bijvoorbeeld door te knikken, wijzen of fluisteren),
-
ervaren veel spanning rond praten, vooral als ze het gevoel hebben dat er van hen verwacht wordt dat ze spreken,
- vinden het vaak ook lastig in het middelpunt van de belangstelling te staan, of in situaties waarin veel beweging en enthousiasme is.
Hoe ontstaat het?
De oorzaken zijn meestal een samenspel van factoren:
-
genetische aanleg voor angst of gevoeligheid,
-
prikkelgevoeligheid,
-
perfectionisme of controlebehoefte,
-
vroegere spannende ervaringen rond spreken.
Therapie bij selectief mutisme:
In therapie bouwen we stap voor stap spreekvrijheid op. Het uitgangspunt is angstreductie, veiligheid en positieve ervaringen met spreken.
Belangrijke elementen in de behandeling:
-
Psycho-educatie: uitleg aan kind en ouders over selectief mutisme.
-
Stapsgewijze blootstelling: in kleine veilige stappen oefenen met spreken in steeds moeilijkere situaties.
-
Betrekken van ouders, school en omgeving in het proces.
-
We ondersteunen met technieken uit gedragstherapie of ontspanningstraining.
-
De focus ligt nooit op 'moeten spreken', wel op durven spreken en dapper denken.